PDF Opties

Leeswijzer


De programmabegroting is een belangrijk instrument om te laten zien wat het gemeentebestuur het komend jaar wil doen en wat dat kost. Het is ons huishoudboekje waarin de gemeentelijke uitgaven (lasten)en inkomsten (baten) bij elkaar worden gebracht. In deze leeswijzer staat hoe de begroting is opgebouwd en hoe deze het best te lezen is.

Hoe zit de begroting in elkaar?
De begroting bestaat uit twee delen: de beleidsbegroting met daarin de plannen voor de komende jaren, en de financiële begroting die eigenlijk een samenvatting is van het deel 'Wat mag het kosten'.

Beleidsbegroting
De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de paragrafen.

Programmaplan

In het programmaplan staan zeven programma’s waarin we al onze activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein benoemen. De gemeentelijke toekomstvisie en de coalitieagenda hebben de inhoud hiervan voor een groot deel bepaald.

Per programma geven we aan:

  1. Wat willen we bereiken: programmadoelen en beleidsindicatoren op programmaniveau en resultaten per beleidsthema.
  2. Wat gaan we daarvoor doen: inspanningen (weergegeven per beleidsthema) en prestatie-indicatoren (weergegeven op programmaniveau).
  3. Wat mag het kosten: financiën (weergegeven per beleidsthema en in totaal per programma).

De grootste budgettaire verschillen tussen de begroting 2018 en 2019 staan in de 'Toelichting financiële afwijkingen'. Deze zijn in de programma's te vinden onder het totale financiële overzicht, verduidelijkt per beleidsthema.

Aan het eind van elk programma staan de beleidsindicatoren. Daarover schreven we al wat in het voorwoord. Er zijn steeds twee regels opgenomen. In de bovenste regel staat de indicator met de gegevens zoals die in de begroting van vorig jaar stonden. In de onderste regel staan de gegevens van dit jaar.

Sinds de begroting 2018 zijn prestatie-indicatoren opgenomen voor de tweede 'w-vraag' - wat gaan we daarvoor concreet doen de komende vier jaar. Over wat we werkelijk presteren, rapporteren we in de jaarrekening over 2019.

Paragrafen

De paragrafen gaan in op specifieke onderwerpen die niet programmagebonden zijn. Met uitzondering van de paragraaf Duurzaamheid, zijn alle paragrafen verplicht voorgeschreven. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal:

  • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1)
  • Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2)
  • Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3)
  • Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4)
  • Hoe hebben we de bedrijfsvoering geregeld ? (paragraaf 5)
  • Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6)
  • Hoe is ons grondbeleid geregeld? (paragraaf 7)
  • Hoe gaan we om met duurzaamheid? (paragraaf 8)

Financiële begroting
In de financiële begroting staan diverse (verplichte) financiële overzichten, waaronder de realisatie van baten en lasten van het vorig jaar en de raming van het huidige jaar en de komende jaren. Omdat we afronden op duizendtallen, kunnen hierin kleine afrondingsverschillen ontstaan.

Ook staat in de begroting welke lasten en baten incidenteel zijn, zodat te zien is of de begroting ook duurzaam sluitend is. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie en een prognose voor het verloop van de balans. Op de actiefzijde van de balans staan bezittingen, die zijn opgedeeld in de vaste activa en de grondexploitatie. Dat laatste is de voorraad onderhandenwerk bij de meerjarige bouwprojecten. Op de passiefzijde van de balans staat ons vermogen in de vorm van reserves, de voorzieningen en de langlopende geldleningen. Na het meerjaren investeringsplan volgt dan een overzicht met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.