PDF Opties

Structureel en reëel evenwicht

Met de aanscherping van het financieel toezicht is de Gemeentewet in 2013 gewijzigd: de term 'materieel evenwicht' is vervangen door 'structureel evenwicht' en het begrip 'reëel evenwicht' is toegevoegd. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is daarom ook aangepast, zodat de financieel toezichthouder en wij in staat zijn om vast te stellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting dan wel meerjarenraming.

Conclusies:

  • Deze begroting is sluitend.
  • Deze begroting is structureel in evenwicht in de jaren 2020, 2021 en 2022.
  • Deze begroting is reëel in evenwicht.

Het sluitend zijn van de begroting blijkt uit onderdeel 5.1.1 in het overzicht van baten en lasten. In onderstaande tabel staan deze conclusies samengevat. In de tekst onder deze tabel lichten we achtereenvolgens het reëel en structureel evenwicht nader toe.

Structureel evenwicht
Van structureel evenwicht is sprake als de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
Het structureel evenwicht wordt voor elk jaar als volgt bepaald:

Resultaat na bestemming

-/- incidentele lasten programma's en toevoegingen aan de reserves

+ incidentele baten programma's en onttrekkingen uit de reserves

= totaal structureel begrotingssaldo

Niet voor alle jaren is sprake van een structureel evenwicht. Voor 2019 zijn incidentele middelen ingezet om structurele lasten te dekken. Deze incidentele middelen zijn voornamelijk onttrekkingen uit reserves. In het jaar 2020 en verder is weer sprake van structureel evenwicht: structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

Bedragen x € 1.000

2019

2020

2021

2022

Resultaat na bestemming

0

0

0

0

Af: Incidentele lasten

8.039

1.505

1.823

375

Bij: Incidentele baten

-5.414

-1.308

-1.581

0

Af: Incidentele toevoegingen aan reserves

397

196

478

141

Bij: Incidentele onttrekkingen aan reserves

-3.070

-370

-57

-57

Structureel saldo van de begroting

48

-23

-662

-459

Structureel evenwicht

Nee

Ja

Ja

Ja

Reëel evenwicht
In het BBV staat dat we bij het begrip 'reëel evenwicht' moeten stellen hoe realistisch de ramingen zijn en dat we die moeten motiveren. Op basis van de volgende argumenten en bevindingen vinden wij dat de begroting reëel in evenwicht is:

  • De algemene uitkering uit het gemeentefonds is berekend op basis van de meicirculaire 2018. Wij zijn terughoudend geweest bij de berekening van de algemene uitkering die wij de komende jaren verwachten te ontvangen.
  • Wij hebben het overschot van het btw-compensatiefonds in de algemene uitkering het eerste jaar op 50% van het overschot geraamd, het tweede jaar op 35% en het derde en vierde jaar op 25%.
  • Voor uitbreiding van ons areaal voor de berekening van de onroerende zaakbelastingen zijn wij voorzichtigheidshalve uitgegaan van de gemiddelde Woz-waarde per woning.
  • Wij hebben de budgetten voor de jeugdzorg structureel met € 1.638.000 per jaar verhoogd, om de verwachte kostenstijgingen op te vangen.
  • Wij hebben de baten voor de eigen bijdrage Wmo met 75% verlaagd naar € 100.000 (was € 400.000).
  • Wij hebben de budgetten van diverse Wmo-lasten structureel met € 470.000 verhoogd.
  • Wij hebben de afschaffing van de precariobelasting volledig verwerkt in de begroting.