PDF Opties

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Inleiding

 Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden waarover we (kunnen) beschikken om niet begrote kosten te dekken) en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio 'weerstandsvermogen' en afgezet tegen de algemeen geldende weerstandsnorm. Die ratio geeft de mate aan waarin we in staat zijn om tegenvallers op te vangen zonder effecten voor het voorzieningenniveau.

Weerstandscapaciteit

In theorie bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit een incidenteel en een structureel deel. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat in principe uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves, de langlopende voorzieningen, de begrotingspost Onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit.

Het is een politieke afweging om te bepalen welke delen van de incidentele en structurele componenten men tot de weerstandscapaciteit wil rekenen. In het beleidskader Weerstandsvermogen en risicomanagement hebben we die afweging uitgewerkt.

Risicomanagement

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. We willen risico's die we lopen zo veel mogelijk beheersen door ze structureel en op systematische wijze te identificeren, prioriteren, analyseren en beoordelen. Door een goed systeem van risicomanagement stellen we bestuurders en managers in staat passende beheersmaatregelen te nemen voor risico's die het behalen van de doelstellingen van de organisatie bedreigen.

 2. Risico's

Risico-overzicht

Om de risico's in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem dat meerdere gemeenten gebruiken. Dit systeem brengt risico's systematisch in kaart, waarna alle afdelingen binnen een gemeente deze beoordelen. Op grond van het beleidskader Weerstandsvermogen en risicomanagement presenteren we het onderstaande overzicht. Hierin staan alleen de tien grootste risico's. Dit zijn de risico's met, nadat een beheersmaatregel is getroffen, de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De getroffen beheersmaatregel staat er ook bij. Onderaan de tabel staat het totaalbedrag voor de overige risico's.

Risiconr.

Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Financieel gevolg (€)

Invloed

R36

Nieuw-Rhijngeest (restgrex)

Financieel.

Actief. Binnen de kaders van het project sturen we waar mogelijk op het voorkomen van extra kosten en het behalen van marktconforme grondwaardes.

50%

2.440.000

24.10%

R59

De gemeente Oegstgeest staat momenteel garant voor de rente en aflossing van leningen tot een totaalbedrag van € 11,8 miljoen. Het risico is dat de instelling zijn betalingsverplichting niet kan nakomen.

Financieel. Gemeente moet de rente en aflossing over de leningen betalen.

Actief . 1. Het jaarlijks beoordelen van de financiële gegevens (minimaal de jaarrekening) van de geldnemende organisaties.
2. De financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks wijzen op de plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden.

25%

4.271.610

20.94%

R79

Hogere kosten Duikerbrug Dorpsstraat.

Financieel: 300.000.

In voorbereiding. 1. Onderzoek naar alternatieven.
2. Overleg met netwerkexploitanten.
3. Periodieke controle op verzakking grondwerkende kade.

70%

300.000

6.21%

R40

Als gevolg van de grotere vraag naar jeugdzorg (met name duurdere jeugdzorg) dan voorzien bestaat de kans op overschrijding van budgetten.

Financieel. 1. Onvoldoende budget om jeugdzorg te bekostigen.
2. Er moet aanspraak gemaakt worden op de reserve 3D en/of algemene middelen.
3. Verschuiving kan optreden in prioriteiten gemeentebegroting.

Actief. 1. Permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen.
2. Zorgdragen voor adequate financiële reserve 3D/Wmo.
3. Samenwerking op financieel gebied, spreiding financiële risico's in regio, bijvoorbeeld bij financiële gevolgen incidenten jeugdzorg.
4. Juiste prikkel aan zorgaanbieders geven bij contractering, opdrachten en toetsing/contractbeheer/wijzigen bekostigingssystematiek.
5. Bevorderen van participatie en inzet sociaal netwerk.
6. Het kostenbewustzijn van de JGT's wordt verhoogd. Daarnaast wordt ingezet op normalisering.
7. Uitvoering regionale samenwerkingsagenda Jeugd.
8. Overleg met huisartsen/zorgorganisaties over toegang tot de jeugdzorg.

70%

500.000

6.01%

R87

De nieuwe eigen bijdrage-systematiek vanuit het Rijk kan leiden tot hoger gebruik van Wmo-voorzieningen. Ter compensatie van de verlaging van de baten (eigen bijdrage) en ter compensatie van de toename in gebruik stelt het Rijk onvoldoende middelen beschikbaar door toepassing van deze systematiek.

Financieel. 1. Door nieuwe systematiek wordt het gebruik van voorzieningen niet meer gekoppeld aan gebruik en inkomen, maar wordt de eigen bijdrage door het Rijk vastgesteld in de vorm van een abonnementsprijs.
2. De lagere eigen bijdrage kan leiden tot een hoger gebruik van voorzieningen. Er is geen financiële prikkel om zorg informeel te regelen.

Actief. Op dit moment is nog onzeker op welke wijze het Rijk deze nieuwe vorm van het heffen van de eigen bijdrage gaat organiseren.
In de Leidse regio wordt dit proces aandachtig gevolgd.
Zodra meer duidelijkheid ontstaat, moet een risico-inventarisatie worden gemaakt, mede op basis van het dan voorgestelde verdeelmodel.
Na risico-inventarisatie moeten college en raad worden geïnformeerd over consequenties.

70%

250.000

3.49%

R83

Vangnetuitkering Participatiewet van het Rijk wordt afgeschaft of versoberd.

Financieel.

Actief. Anticiperen op nieuwe wetgeving en tijdige communicatie aan college en raad.

30%

400.000

3.15%

R84

Verruiming Wmo-doelgroep met als gevolg een stijging van het beroep op zorg.

Financieel.

Actief. 1. Monitoren van demografische ontwikkelingen
2. Sturen op instroom en versterking van preventie en algemene voorzieningen.

70%

250.000

3.02%

R86

Decentralisatie maatschappelijke zorg gaat gepaard met onvoldoende rijksmiddelen.

Financieel. 1. Onvoldoende rijksmiddelen om maatschappelijke zorg lokaal te bekostigen.
2. Lokale invulling kan leiden tot hogere kosten wegens schaalverkleining.

Actief. Ten behoeve van het voorkomen van tekorten wordt nu in de Leidse regio op basis van het uitvoeringsprogrammma Maatschappelijke Zorg beoordeeld wat de inhoudelijke en financiële consequenties zijn voor Oegstgeest. In het uitvoeringsprogramma worden maatregelen opgenomen.
Oegstgeest is een kleine gemeente en om die reden wordt ingezet op subregionale samenwerking, teneinde financiële risico's in te perken.

50%

250.000

2.47%

R91

Btw-compensatiefonds (overschot).

Financieel.

Actief. In de gemeentefondscirculaires wordt het overschot op het btw-compensatiefonds voortaan niet meer geraamd. Het overschot wordt nu achteraf afgerekend. De provincie accepteert dat maximaal 50% van het verwachte overschot in de eerste jaarschijf structueel wordt opgenomen.

50%

250.000

2.45%

R18

Poelgeest.

Financieel.

Actief. Binnen de kaders van het project wordt waar mogelijk gestuurd op het voorkomen van extra kosten, zoals gelijktijdige aanbesteding van de inrichting van het resterend openbaar gebied.

50%

250.000

2.37%

Overzicht Risico's

Bedrag (€)

Totaal grote risico's:

9.111.610

Overige risico's:

3.518.000

Totaal alle risico's:

12.629.610

Veranderingen in top 10 van risico's

  • Nieuw: R79 Hogere kosten Duikerbrug Dorpsstraat
  • Nieuw: R83 Vangnetuitkering Participatiewet van het Rijk wordt afgeschaft / versoberd
  • Nieuw: R84 Verruiming Wmo-doelgroep
  • Nieuw: R86 Decentralisatie maatschappelijke zorg gaat gepaard met onvoldoende rijksmiddelen
  • Nieuw: R91 Btwompensatiefonds
  • Vervallen: R12 Wegvallen precariobelasting

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico's hebben we een risicosimulatie uitgevoerd. Dit doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 12.629.610 voor alle risico's ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Bij de simulatie hebben we gerekend met een zekerheidspercentage van 90%.

Het resultaat is dat het voor 90% zeker is dat we alle risico's kunnen afdekken met een benodigde weerstandscapaciteit van € 4.590.267. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de meest relevante percentages en de daarmee corresponderende benodigde weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Bedrag (€)

50%

2.240.606

60%

2.603.110

70%

2.965.301

80%

3.445.181

85%

3.863.903

90%

4.590.267

95%

5.472.318

 3. Beschikbare weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit

Bedrag (€)

1. Onbenutte belastingscapaciteit

2.244.935

2. Risicoreserve grondexploitatie

3.017.302

4. Algemene reserve

7.763.048

6. Reserve Wmo/3D

2.432.224

7. Bodembedrag *

0

Totale weerstandscapaciteit

15.457.509

* besloten in de financiele verordening 2017

4. Weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moeten we een relatie leggen tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten staat hieronder.

ratio weerstandsvermogen =

beschikbare weerstandscapaciteit

 =

€ 15.457.509

= 3,37

benodigde weerstandcapaciteit

€ 4.590.267

We streven een weerstandsvermogen na dat tenminste ruim voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen die gelijk is of hoger is dan 1,4.

Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. De tabel biedt een waardering van de berekende ratio. De ratio van Oegstgeest valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Het vervallen van het bodembedrag van € 5.150.000 in de algemene reserve sinds 1 januari 2017 is de belangrijkste oorzaak voor de stijging van de ratio.

5. Kengetallen

In de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing staan met ingang van de begroting 2016 vijf financiële kengetallen. Het opnemen van deze kengetallen is voorgeschreven in de het Besluit Begroting en Verantwoording. Naast deze kengetallen moet er ook een beoordeling in staan van de onderlinge verhouding van deze kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk en op eenvoudige wijze inzicht in de financiële positie van de gemeente. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling.

Beoordeling

De beoordeling van de onderlinge verhouding van de financiele kengetallen geeft het volgende beeld:

Tabel 5: Financiële kengetallen

Omschrijving

Rek.2017

Begr.2018

Begr.2019

Begr.2020

Begr.2021

Begr.2022

Netto schuldquote

52,1%

61,4%

101,1%

108,5%

101,9%

102,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

51,6%

60,7%

100,2%

107,5%

101,0%

101,8%

Solvabiliteit

22,8%

24,0%

20,5%

19,9%

20,5%

20,7%

Grondexploitatie

5,8%

-3,8%

3,0%

2,7%

0,0%

0,0%

Structurele exploitatieruimte

1,9%

0,2%

-0,1%

0,0%

1,3%

0,9%

Woonlasten meerpersoonshuishouden

127,0%

127,0%

127,0%

127,0%

127,0%

127,0%

Toelichting op financiële kengetallen

Netto-schuldquote

Het kengetal 'netto-schuldquote', ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto-schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. De netto-schuldquote geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

Berekening:

Voor de berekening van de netto-schuldquote wordt de netto-schuld gedeeld door het totaal van de inkomsten binnen de exploitatie (onderhandse leningen + overige vaste schuld + kortlopende schuld + overlopende passiva -/- langlopende uitzettingen-/- kortlopende vorderingen-/- overlopende activa) / totale baten voor bestemming. Voor de berekening zijn we uitgegaan van het begrotingstotaal van het betreffende jaar. De uitkomst wijkt in geringe mate af van de uitkomst zoals gepresenteerd is in het rapport van de Rekenkamer, omdat daarin de begrotingstotalen zijn geëxtrapoleerd.

Solvabiliteit

De solvabiliteit geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (het financiële kengetal solvabiliteitsratio), hoe gezonder de gemeente.

Berekening:

Eigen vermogen / totaal vermogen

Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. De streefwaarde voor solvabiliteit is minimaal 30% eigen vermogen. Wij scoren 21%, wat volgens de streefwaarde dus onvoldoende is.

Grondexploitatie

Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Een voorbeeld: wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, is er veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht terwijl de vraag naar woningen is gestagneerd.

Berekening:

Boekwaarde in exploitatie genomen gronden + nog niet in exploitatie genomen gronden / totale baten voor bestemming.

Een norm bepalen voor het kengetal 'grondexploitatie' is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel het aantal vierkante meters bedrijventerrein. Maatwerk is hiervoor van toepassing, dat wil onder andere zeggen: hoeveel woningen of vierkante meters bedrijventerrein zijn gepland, van welk type en op welke plek? Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachten vraag zal zijn. Dit vergt meer onderzoek dan naar voren komt uit het genoemde kengetal. De boekwaarde van de gronden geeft wel weer of een gemeente veel middelen heeft gestopt in haar grondexploitatie. Dit geld moet de gemeente namelijk ook nog terugverdienen. Om deze redenen is er geen norm verbonden aan het kengetal 'grondexploitatie'.

Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of we in staat zijn om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Voor de provincie is een score hoger dan 0,6 'voldoende'. Oegstgeest heeft eind 2019 3% als kengetal.

Berekening:

Structurele baten -/- structurele lasten / totale baten voor bestemming

Woonlasten meerpersoonshuishouden

De belastingcapaciteit (de ruimte die de gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen) wordt berekend aan de hand van de woonlasten. Onder woonlasten verstaan we de ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met de gemiddelde Woz-waarde. Dit kengetal bereken je door de totale woonlasten van een gemiddeld meerpersoonshuishouden van Oegstgeest van 2017 te vergelijken met het landelijk gemiddelde 2016.

Woonlasten onder het landelijk gemiddelde waardeert de VNG als 'voldoende', woonlasten tussen het landelijk gemiddelde en 120% als 'matig' en woonlasten hoger dan 120% als 'onvoldoende'. In onze gemeente bevonden de woonlasten zich in 2017 op 124,8%, waarmee ze 'onvoldoende' zijn. Deze score is te verklaren doordat de gemiddelde Woz-waarde in Oegstgeest hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. De rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn overigens 100% kostendekkend en liggen voor het meerpersoonshuishouden rond het landelijk gemiddelde en voor een eenpersoonshuishouden onder het landelijk gemiddelde.

Gemeenten kunnen financiële hulp van het rijk volgens artikel 12 Gemeentewet krijgen als hun ozb-tarief zich op 120% of hoger bevindt ten opzichte van het gewogen landelijk gemiddelde. De ruimte tussen de werkelijke opbrengst en deze 120% heet de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit in Oegstgeest is € 2.244.935. De onbenutte belastingcapaciteit wordt meegeteld in de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze ruimte zal de gemeente zelf moeten benutten ingeval van financiele problemen. Het kengetal 'woonlasten' staat hier los van.

Berekening:

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde Woz-waarde / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in het voorgaande jaar (t-1).

Samenvatting kengetallen

De kengetallen geven inzicht in de financiele positie van de gemeente. Er zijn geen officiele normen voor vastgesteld. Wel noemen organisaties als de VNG en de provincie diverse zelf opgestelde normen.

De netto schuldquote blijft iets boven de 100%. Dit valt onder het gemiddeld risico. Het is belangrijk de schuldquote beheersbaar te houden. De solvabiliteit blijft met 20% tot 21% net binnen het gemiddelde risico zoals de provincie dat hanteert maar is onvoldoende in een andere gebruikte normering. De omvang van de netto schuldpositie en de mate van solvabiliteit houden verband met elkaar. Een hoge schuld betekent een lagere solvabiliteit. Het kengetal grondexploitatie is vanuit risico-oogpunt prima. De omvang van de grondexploitaties ten opzichte van de totale gemeentelijke baten is zeer beperkt door het aflopen van grondexploitaties en niet meer opstarten van nieuwe grondexploitaties. De structurele exploitatieruimte is in 2019 licht onvoldoende en in de jaren 2020 tm 2022 voldoende. Uiterlijk in het 4e jaar van de meerjarenraming moet deze voldoende zijn.

De kengetallen tonen een voldoende financiele positie. De ruimte die hierin nog zit is beperkt. Een behoedzaam financieel beleid blijft het uitgangspunt voor deze begroting.