PDF Opties

Paragraaf Lokale heffingen

1. Overzicht

Wij heffen de volgende belastingen, heffingen en retributies:

Belasting

Omschrijving

Onroerende zaakbelasting (ozb)

Belasting op het eigendom en het gebruik van onroerende zaken.

Rioolheffing

Belasting op de mogelijkheid om afvalwater en/of hemelwater af te voeren via de gemeentelijke riolering.

Afvalstoffenheffing

Belasting op de mogelijkheid om afval ter inzameling aan te bieden aan de afvalinzamelingsdienst.

Toeristenbelasting

Belasting op het overnachten in bijvoorbeeld een hotel of bed and breakfast.

Hondenbelasting

Belasting op het hebben van een hond.

Precariobelasting

Belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond.

Leges (diversen)

Leges worden ook wel 'retributies' genoemd. Een retributie is een betaling aan de overheid waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die overheid tegenover staat.

Marktgelden

Belasting voor het innemen van een standplaats op het marktterrein.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Heffing waarmee ondernemers in een afgebakend gebied samen meebetalen aan een aantrekkelijke en veilige omgeving.

2. Beleid algemeen

Bij de lokale heffingen bekijken we jaarlijks of de inflatiecorrectie op de belastingen geheel of gedeeltelijk achterwege kan blijven. Dit is overigens nog wel afhankelijk van ons financiële perspectief. De tarieven voor heffingen en leges baseren we vervolgens op het uitgangspunt dat we volledig kostendekkend willen zijn. Eventuele noodzakelijke grote investeringen dekken we vanuit de voorziening voor de rioolheffing of de voorziening voor de afvalstoffenheffing.

Voorschriften BBV

In de paragraaf Lokale heffingen moet een verplichte passage over de kostendekkendheid van de lokale heffingen staan. In deze paragraaf staat de kostendekkendheid nu opgenomen in de totaal begrote cijfers - het is dus een totaalbeeld en geen detailgegeven.
In de opgestelde berekening gebruiken wij voor de overhead standaard de verdeelsleutel van de loonsom. Loonkosten bepalen in de meeste gevallen immers een groot deel van het tarief. Uitzonderingen vormen de rioolheffing en afvalstoffenheffing waarbij de kosten hoofdzakelijk bestaan uit kapitaallasten van investeringen. Bij deze heffingen passen wij de sleutel ‘omvang per taakveld’ toe. Dit is conform de financiële verordening.

3. Beleid specifiek per belastingsoort

Belastingsoort

Beleid

Onroerende zaakbelasting (ozb)

Voor onroerende zaken die als woning dienen, ontvangen alleen eigenaren een aanslag. Bij niet-woningen krijgen zowel de eigenaar als de gebruiker een aanslag. We zijn vrij in de besteding van de inkomsten uit ozb. Vanwege schommelingen in de grondslag (Woz-waarde) voeren we bij de ozb geen tarievenbeleid, maar een opbrengstenbeleid. Eventuele areaalwijzigingen (omvang of inkrimping van de voorraad onroerende zaken) hebben een autonome invloed op de ozb-opbrengsten.

Tariefbeleid 2019
Bij de begroting stellen we de opbrengst vast. In de begroting 2019-2022 stijgen de opbrengsten uit de ozb met 1,6% inflatiecorrectie. Als aan het einde van het jaar bekend is welke Woz-waarden er zijn, kunnen we het tarief berekenen. Het tarief stellen we dan vast op het actuele inflatiepercentage. In feite betaalt een eigenaar hetzelfde bedrag als het jaar ervoor, verhoogd met de inflatiecorrectie. Omdat niet alle woningen (en overige panden) een exact gelijke waardemutatie hebben, gaat de ene eigenaar meer extra betalen dan de ander.

Hiernaast is de inkomensmaatstaf binnen de algemene uitkering bepalend voor de minimale hoogte van de ozb-opbrengst (de 65%- norm). Dit lichten we toe onder punt 8 van deze paragraaf. We naderen de 65%-norm.

Rioolheffing

Rioolheffing is uitsluitend bedoeld om de kosten te dekken van de gemeentelijke riolering en waterzorgtaken. Vanaf 2019 zullen we een nieuw (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan vaststellen. Hierin nemen we een meerjarenkostenoverzicht op, met daarin een prognose voor de opbrengsten uit rioolheffing. Die prognose gaat uit van volledige meerjarige kostendekkendheid. Schommelingen van het tarief vangen we daarbij op met de egalisatievoorziening.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2019

Het tarief voor 2019 is vastgesteld op basis van de totale geraamde lasten voor 2019. Voor de volledige dekking door de baten wordt bij de vaststelling van de verordening een voorstel gedaan voor aanpassing van de opbrengst zoals die hieronder opgenomen is (+ € 26.416). De kosten (excl. overhead) blijven per saldo nagenoeg gelijk ten opzichte van 2018. Door areaaluitbreiding zijn er meer aansluitingen. Wij streven naar een daling van de kosten vanaf 2020 doordat we onderzoeken om over te gaan op het risicogestuurd beheer in plaats van het ouderdom-gestuurd vervangen van de riolering. De tarieven 2019 zijn weergegeven in onderdeel 6, onder het kopje Lokale lastendruk.

Kostendekkendheid rioolheffing

Raming 2018

percentage

Raming 2019

percentage

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 1.878.030

€ 1.842.723

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

€ -1.000

Netto kosten taakveld

€ 1.878.030

€ 1.841.723

Toe te rekenen kosten:

Overhead incl. (omslag)rente

€ 227.880

€ 259.077

BTW

€ 270.423

€ 271.270

Totale kosten

€ 2.376.333

€ 2.372.070

Opbrengst heffingen

€ 2.376.333

€ 2.372.070

Dekking

100%

100%

* Afwijking overhead: we kiezen voor de methodiek 'omvang van het taakveld' bij de toerekening van de overhead aan de rioolheffing.

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing is bedoeld om de werkelijke kosten van de afvalinzameling en afvalverwerking te dekken. Voor het tarief van de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde als voor dat van de rioolheffing: het beleid is erop gericht om de kosten volledig te dekken. Ook bij afvalstoffenheffing werken we met een egalisatievoorziening.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2019

Het tarief voor 2019 is vastgesteld op basis van de totale geraamde lasten voor 2019. Voor de volledige dekking door de baten wordt bij de vaststelling van de verordening een voorstel gedaan voor aanpassing van de opbrengst zoals die hieronder opgenomen is (+ € 64.898). De kosten stijgen ondermeer door de verhoogde belasting van het rijk op storten en verbranden van afval. Daarnaast heeft de toename van het aantal huishoudens een dempend effect op de tarieven.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Raming 2018

percentage

Raming 2019

percentage

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 2.221.500

€ 2.358.104

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

€ -305.830

€ -300.296

Netto kosten taakveld

€ 1.915.670

€ 2.057.808

Toe te rekenen kosten:

Overhead incl. (omslag)rente

€ 289.839

€ 337.771

BTW

€ 343.035

€ 367.203

Totale kosten

€ 2.548.544

€ 2.762.782

Opbrengst heffingen

€ 2.548.544

€ 2.762.782

Dekking

100%

100%

* Afwijking overhead: we kiezen voor de methodiek 'omvang van het taakveld' bij de toerekening van de overhead aan de afvalstoffenheffing. 

Toeristenbelasting

Hotelbezoekers betalen een bedrag per overnachting en leveren op die manier een bijdrage aan de kosten van de voorzieningen waarvan ze gebruikmaken.

Tariefbeleid 2019

We houden het tarief gelijk aan dat van de gemeente Leiden. Dat is niet gewijzigd ten opzichte van 2018.

Hondenbelasting

Hondenbelasting is in principe bedoeld om de kosten te dekken van taken die honden met zich meebrengen. Een voorbeeld hiervan is het opruimen van de uitwerpselen, als de eigenaar van de hond dit niet doet. Overigens kent de hondenbelasting geen kostendekkendheidbeginsel. Net als bij de ozb kunnen we de inkomsten uit hondenbelasting vrij besteden.

Tariefbeleid 2019 In de perspectiefnota 2019-2022 staat dat we de opbrengsten van lokale heffingen gaan indexeren. Voor 2019 passen we een inflatiecorrectie toe van 1,6%.

Precariobelasting

Particulieren en bedrijven maken gebruik van openbare grond. Soms heeft het gebruik een tijdelijk karakter (vuilcontainers, bouwketen, steigers, terrassen) en soms een meer blijvend karakter (leidingen, luifels, borden). Voor de diverse soorten van gebruik berekenen we een tarief voor de gebruiker ervan. De gedachte hierachter is dat een gemeente het openbaar bezit namens de burger op een deugdelijke manier beheert. Ook moet er een zekere balans bestaan tussen het gebruik van grond in openbaar en particulier eigendom. Het meest intensieve particuliere gebruik van openbare grond vindt plaats door water-, gas- en elektriciteitsbedrijven die hun product - door de grond - naar hun klanten transporteren. De meeste opbrengsten uit precariobelasting komen dan ook uit de precario op leidingen die door gemeentegrond lopen.

Tariefbeleid 2019 
Op de tarieven passen we een inflatiecorrectie toe van 1,6%. De precariobelasting op kabels en leidingen mogen we niet meer verhogen en in 2022 vervalt deze precariobelasting zelfs helemaal. Dat kost ons circa € 1,7 miljoen aan opbrengsten, maar dit compenseren we met een ozb-verhoging in 2022 van € 1 miljoen (naast eventuele inflatiecorrectie). Omdat de door Dunea en Alliander aan de gebruikers doorbelaste precariobelasting dus ook vervalt, blijft de macro belastingdruk gelijk.

Leges

Tegenover onze leges staan de diensten die we leveren. In het tarievenbeleid streven we er altijd naar de kosten van deze diensten voor honderd procent te dekken. De leges zijn onder te verdelen in drie zogenoemde titels. Dit zijn:

1. Algemene dienstverlening

2. Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

3. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2019

De kosten en de opbrengsten voor de leges publiekszaken zijn lager dan 2018. Dit word mede veroorzaakt doordat de paspoorten, ID-kaarten en rijbewijzen nu 10 jaar geldig zijn. Dit is 5 jaar geleden ingegaan daarom is er vanaf 2019 een sterke afname van aanvragen verwacht wordt.

Kostendekkendheid leges titel 1 en 3 Publiekszaken/Apv

Raming 2018

percentage

Raming 2019

percentage

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 924.187

€ 563.876

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

Netto kosten taakveld

€ 924.187

€ 563.876

Toe te rekenen kosten:

Overhead incl. (omslag)rente

€ 846.353

€ 647.073

BTW

€ 18.605

€ 22.381

Totale kosten

€ 1.789.145

€ 1.233.330

Opbrengst heffingen

€ 479.745

€ 210.745

Dekking

26,8%

17,1%

De raming 2018 is opgenomen volgens de Begroting 2018, De opbrengst is bij de Voortgangsrapportage 2018 naar boven bijgesteld. Hierdoor lijkt het een grote sprong naar extra opbrengsten.

Kostendekkendheid leges titel 2 Wabo

Raming 2018

percentage

Raming 2019

percentage

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 653.448

€ 711.536

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

Netto kosten taakveld

€ 653.448

€ 711.536

Toe te rekenen kosten:

Overhead incl. (omslag)rente

€ 828.800

€ 876.056

BTW

€ 741

€ 24.550

Totale kosten

€ 1.482.989

€ 1.612.142

Opbrengst heffingen

€ 458.055

€ 1.011.180

Dekking

30,9%

62,7%

Marktgelden

De tarieven van de marktgelden zijn elastisch: doen we de tarieven teveel omhoog, dan gaat het aantal bezette standplaatsen omlaag. Omdat dit de markt onaantrekkelijker maakt voor bezoekers en nieuwe standplaatshouders, houden we hiermee rekening bij ons tariefbeleid.

Tariefbeleid en kostendekkendheid 2019
In de perspectiefnota 2019-2022 namen we op dat we de opbrengsten uit de marktgelden indexeren.

Kostendekkendheid marktgelden

Raming 2018

percentage

Raming 2019

percentage

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

€ 38.252

€ 38.237

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

Netto kosten taakveld

€ 38.252

€ 38.237

Toe te rekenen kosten:

Overhead incl. (omslag)rente

€ 7.213

€ 8.357

BTW

€ 6.533

€ 7.927

Totale kosten

€ 51.998

€ 54.521

Opbrengst heffingen

€ 41.100

€ 41.100

Dekking

79%

75%

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Oegstgeest heeft een Bedrijven Investeringszone (BIZ). Hiervoor maken we geen eigen beleid: er is aparte wetgeving voor. De BIZ is specifiek ontworpen als financieringsinstrument voor een ondernemersfonds. Het is een ideaal instrument wanneer ondernemers in een afgebakend gebied een plan hebben waarvoor zij financiering zoeken bij de andere ondernemers in dat gebied. Na uitwerking van het plan stellen ze een door ons te heffen bedrag vast - wij innen de BIZ-gelden bij de ondernemers. De opbrengsten storten we, na aftrek van de kosten, door naar de BIZ-vereniging.

4. Geraamde opbrengsten

Het beleid resulteert in de onderstaande eigen opbrengsten. In deze opbrengsten zijn ook areaalwijzigingen opgenomen. Hierdoor kan het percentage afwijken van het uitgangspunt - een stijging met het inflatiepercentage. In de voortgangsrapportage 2018 zijn voor de bouwleges incidenteel extra inkomsten opgenomen. Hierdoor is hier een afname te zien.

Belastingsoort

Opbrengst
begroting 2018

Opbrengst begroting 2019

Verschil
(2019-/-2018)

Percentage verschil

Ozb

€ 6.265.647

€ 6.510.647

€ 245.000

3,9%

Rioolheffing

€ 2.375.309

€ 2.372.070

€ -3.239

-0.1%

Afvalstoffenheffing

€ 2.548.544

€ 2.762.782

€ 214.238

8,4%

Toeristenbelasting

€ 200.857

€ 200.857

€ 0

0%

Hondenbelasting

€ 105.646

€ 107.336

€ 1.690

1,6%

Precariobelasting

€ 1.741.818

€ 1.741.818

€ 0

0%

Leges

€ 2.117.379

€ 1.221.925

€ -895.454

-42,3%

Marktgelden

€ 41.100

€ 41.100

€ 0

0%

Totaal

€ 15.396.300

€ 14.958.535

€ -437.765

-2,8%

5. Kwijtscheldingsbeleid

We stellen ons actief op als het gaat om kwijtschelding van lokale heffingen aan de minder draagkrachtigen in Oegstgeest. De belastingsoorten waarop kwijtschelding van toepassing is, zijn de ozb, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Degenen die kwijtschelding hebben gekregen, toetsen we het jaar erna bij het Inlichtingenbureau (IB). Als ze volgens die toets nog in dezelfde omstandigheden verkeren als het jaar waarin ze kwijtschelding hebben gekregen, geven we automatisch kwijtschelding.

6. Lokale lastendruk begroting 2019-2022

Om een indruk te krijgen van de gevolgen van de voorstellen uit de begroting voor de lokale lastendruk, schetsen we hieronder een beeld van de ontwikkeling van het totaal aan woonlasten voor een gemiddeld huishouden.

In voorbeeld 1 gaan we uit van een flat (waarde € 175.000) met één bewoner, in voorbeeld 2 van een gemiddelde eengezinswoning (waarde € 358.000) met een gering afvalaanbod en in voorbeeld 3 van een grotere woning (waarde € 400.000) met een gemiddeld afvalaanbod.

Voorbeeld 1

lasten 2018

lasten 2019

stijging

perc

OZB (bij woning € 175.000 '2018)

€ 211,75

€ 215,20

€ 3,45

1,6%

rioolheffing (éénpersoons)

€ 168,00

€ 163,32

€ -4,68

-2,8%

afvalstoffenheffing (flat)

€ 246,36

€ 264,48

€ 18,12

7,4%

Totaal

€ 626,11

€ 643,00

€ 16,89

2,7%

Voorbeeld 2

lasten 2018

lasten 2019

stijging

perc

OZB (bij woning € 358.000 '2018)

€ 433,18

€ 440,25

€ 7,07

1,6%

rioolheffing (meerpersoons)

€ 208,80

€ 201,96

€ -6,84

-3,3%

afvalstoffenheffing (mini container 120 liter)

€ 205,32

€ 220,44

€ 15,12

7,4%

Totaal

€ 847,30

€ 862,65

€ 15,35

1,8%

Voorbeeld 3

lasten 2018

lasten 2019

stijging

perc

OZB (bij woning €400.000 '2018)

€ 484,00

€ 491,89

€ 7,89

1,6%

Rioolheffing (meerpersoons)

€ 208,80

€ 201,96

€ -6,84

-3,3%

afvalstoffenheffing (mini container 240 liter)

€ 273,60

€ 293,76

€ 20,16

7,4%

Totaal

€ 966,40

€ 987,61

€ 21,21

2,2%

7. Lokale vergelijking

De lokale lastendruk drukken we uit in de gemiddelde woonlasten per huishouden. Dit doen we op basis van de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. In onderstaande tabel zijn die woonlasten (in 2018), uitgesplitst naar eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens (bron: Coelo). De tarieven 2019 zijn bij het schrijven van deze begroting nog niet bekend.

Voor de onroerendezaakbelasting hebben we steeds een Woz-waarde van € 285.000 gebruikt.

Rangorde

Gemeente

Woningwaarde

Eenpersoonshuishouden

Meerpersoonshuishouden

1

Gouda

 € 285.000

€ 1.028 

€ 1.095

2

Bodegraven-Reeuwijk

€ 285.000

€ 856

€ 987

3

Voorschoten

 € 285.000

€ 920

€ 981

4

Leiderdorp

 € 285.000

€ 749

€ 948

5

Wassenaar

 € 285.000

€ 699

€ 892

6

Waddinxveen

 € 285.000

€ 815

€ 873

7

Gemiddelde Nederland

 € 285.000

€ 745

€ 864

8

Leiden

€ 285.000

€ 645

€ 838

9

Oegstgeest

€ 285.000

€ 718

€ 827

10

Zoeterwoude

€ 285.000

€ 749

€ 779

11

Katwijk

€ 285.000

€ 600

€ 690

8. Ontwikkeling ozb

De inkomensmaatstaf binnen de algemene uitkering bepaalt de minimale hoogte van de ozb-opbrengst. Wij hanteren de 65%-norm. Deze norm houdt in dat de korting op de algemene uitkering die verband houdt met de ozb, maximaal 65% van de totale ozb-opbrengsten bedraagt. Bij berekening blijkt dat we onder de 65% blijven, wat ook te zien is in onderstaand beeld.

De bedragen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de perspectiefnota 2019-2022 en de nieuwe berekening van de algemene uitkering voor 2019 (volgens de meicirculaire 2018). Op basis van deze berekening constateren we dat we voldoen aan de 65%-norm.

2018

2019

Ozb-opbrengsten geraamd (primitief)

 € 6.265.647

€ 6.510.647

Korting algemene uitkering

€ 3.882.247

€ 4.220.648

Percentage voor correctie

62,0%

64,8%

Correctiebedrag

Totaalbedrag nieuwe opbrengsten

Percentage na correctie