PDF Opties

Paragraaf Financiering

1. Inleiding
In deze paragraaf zetten we onze financieringsfunctie uiteen voor de jaren 2019-2022. Dat doen we in de onderdelen Algemene ontwikkelingen en Ontwikkelingen gemeente Oegstgeest. Onder Algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen ten aanzien van de wet- en regelgeving aan de orde. Ontwikkelingen gemeente Oegstgeest richt zich specifiek op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en onze financiering.

2. Algemene ontwikkelingen

Renteontwikkelingen­­

De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Het belangrijkste rentetarief van de ECB (herfinancieringsrente) is in 2016 verlaagd naar 0% en sindsdien ongewijzigd gebleven. De ECB heeft aangegeven het in 2015 gestarte opkoopprogramma van obligaties, met als doel het aanjagen van de inflatie, eind 2018 te staken. Het stoppen van het opkoopprogramma leidt ertoe dat er minder geld in de economie komt, wat kan leiden tot een hogere rente.

Naast het beleid van de ECB zijn ook andere macro-economische effecten van belang voor de renteontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn de stijgende rente in de Verenigde Staten, maar ook de uittreding van het Verenigd Koningrijk uit de Europese Unie.

De gemiddelde kapitaalmarktrente voor rentevaste en lineaire leningen met een looptijd van 10 jaar is in 2017 uitgekomen op 0,73%. Medio 2018 is geen duidelijke stijging of daling zichtbaar in de renteontwikkeling. Richting het einde van 2018 wordt verwacht dat het rentepercentage zal oplopen, als gevolg van het staken van het opkoopprogramma van de ECB. In 2019 zal de rente naar verwachting nog verder oplopen.

Hieronder zijn de rentepercentages weergegeven waarmee we hebben gerekend voor de nieuw aan te trekken leningen. Om het renterisico zoveel mogelijk te beperken, hebben we er bewust voor gekozen om een hoger rentepercentage aan te houden dan waar de banken in hun rentevisie van uitgaan. Daarbij hanteren we als uitgangspunt de actuele rente per half september 2018.

Renteontwikkelingen

Omschrijving

2018

2019

2020

2021

2022

Rente kapitaalmarkt

0,77%

1,50%

2,00%

2,50%

3,00%

Rente geldmarkt

0,00%

0,50%

1,00%

1,00%

1,00%

Op basis van een lening met een looptijd van 10 jaar, rentevast en aflossing in gelijke delen. De rentepercentages komen voort uit een rentevisie, die mede tot stand is gekomen op basis van de rentevisies van een aantal financiële instellingen (BNG, ING en ABN AMRO).

3. Ontwikkelingen gemeente Oegstgeest

In de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) staan de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (zie Begrippenlijst) van decentrale overheden. De kaders voor Oegstgeest staan in onze financiële verordening 2017 en de uitvoeringsregels Financiën 2017.

Kasgeldlimiet
De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,5% van het begrotingstotaal. Onze kasgeldlimiet heeft het volgende verloop:

  • Kasgeldlimiet 2017: € 5,7 miljoen.
  • Kasgeldlimiet 2018: € 5,1 miljoen.
  • Kasgeldlimiet 2019: € 4,8 miljoen.

  • In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet over de afgelopen vier kwartalen weergegeven (kwartaal 3 en 4 van 2017 en kwartaal 1 en 2 van 2018):

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

Gemiddelde netto vlottende schuld

Kasgeldlimiet

Ruimte (=+) of Overschrijding

derde kwartaal 2017

-18.113

5.727

23.840

vierde kwartaal 2017

-18.887

5.727

24.614

eerste kwartaal 2018

-15.928

5.106

21.034

tweede kwartaal 2018

-14.964

5.106

20.070

De afgelopen periode is de kasgeldlimiet niet overschreden.

De renterisiconorm
Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm voor de komende jaren:

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

1

Begrotingstotaal

60.0661

56.143

50.167

50.717

49.389

2

Wettelijk percentage

20%

20%

20%

20%

20%

3

Renterisiconorm (1x2)

12.013

11.229

10.033

10.143

9.878

4

Renteherzieningen

0

0

0

0

0

5

Aflossingen

11.674

10.674

6.274

6.274

5.820

6

Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+5)

11.674

10.674

6.274

6.274

5.820

7

Ruimte onder renterisiconorm (3-6)

339

555

3.759

3.869

4.058

  1. 1 Voor 2018 betreft dit de primitieve begroting. De primitieve begroting is de basis voor de verantwoording op de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

In de tabel zijn de regels genummerd zodat herkenbaar is welke onderdelen berekend worden.

Bijvoorbeeld: Renterisiconorm = (1)Begrotingstotaal x (2)Wettelijk percentage.

De bedragen aan langlopende leningen waarover we een renterisico lopen de komende jaren, blijven binnen de wettelijke norm (wet Fido).

De leningenportefeuille
De leningenportefeuille per 1 januari 2018 bedroeg € 66,7 miljoen. De schuld neemt de komende jaren af als gevolg van de uitwerking van de nota Reductie schuldenlast.

Ontwikkelingen leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

Stand 1 januari

66.698

55.024

50.174

50.818

48.691

Nieuwe leningen

0

5.824

6.918

4.146

4.674

Reguliere aflossingen

11.674

10.674

6.274

6.274

5.820

Stand per 31 december

55.024

50.174

50.818

48.691

47.544

Rentelasten

1.411

1.281

1.231

1.283

1.249

De komende jaren verwachten we geen nieuwe leningen aan te trekken.

Rentemethodiek en renteresultaat

Voor de toerekening van de rentelasten maken we gebruik van de renteomslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt daarbij ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen/activa. De rentelasten zijn het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van 'overtollige' middelen.

Door toepassing van de renteomslagmethode rekenen we de rentelasten toe aan de taakvelden in de bijbehorende programmabegroting. De achterliggende gedachte hierbij is dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan + of - 0,5%, moeten we de gehanteerde omslagrente aanpassen.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.306

De externe rentebaten (idem)

0

Saldo rentelasten en rentebaten

1.306

De rente die aan de grondexploitatie

3

moet worden doorberekend

De rente van projectfinanciering die aan

0

het betreffende taakveld moet worden

toegerekend

De rentebaat van doorverstrekte leningen

0

indien daar een specifieke

lening voor is aangetrokken

(= projectfinanciering), die aan

het betreffende taakveld moet worden

toegerekend

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-3

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.303

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-1.130

Renteresultaat op het taakveld Treasury

nadeel

173

Voor deze renteomslag hanteren we een vast percentage. Voor 2019 bedraagt de omslagrente 1,7%. Doordat er een verschil is tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijke percentage ontstaat een renteresultaat. Het gepresenteerde nadeel van € 173.000 betekent dat de gehanteerde omslagrente lager is dan het werkelijke percentage. We rekenen dus minder rente door naar onze activa dan dat we daadwerkelijk betalen aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich binnen de gestelde bandbreedte, wat betekent dat we een reëel rentepercentage toerekenen aan de activa.

4. Schuldpositie

In ieder p&c-document rapporteren we over de schuldpositie. Hieronder geven we het verwachte verloop van de schuldpositie weer.

(Bedragen x € 1.000.000)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Schuldpositie

43,7

39,9

53,8

53,9

51,8

50,5